Besluit IKV wijzigt voor opvolgende dienstbetrekkingen: verplicht één IKV

Wetgeving
De kwaliteit van Salarisjobs. Zorgeloos uitbesteden!
Share Icon facebook Icon linkedin Icon whatsapp

Besluit IKV wijzigt voor opvolgende dienstbetrekkingen: verplicht één IKV

Opvolgende dienstbetrekkingen bij dezelfde werkgever moeten straks verplicht in één IKV worden opgegeven. Een wijziging van het Besluit Inkomstenverhoudingen (IKV) staat nu op internetconsultatie.nl.

De wijziging komt tegemoet aan bezwaren uit de praktijk. Door opvolgende dienstbetrekkingen bij dezelfde werkgever in één IKV op te nemen, dalen de administratieve lasten en wordt het Besluit IKV beter uitvoerbaar.

Het conceptwijzigingsbesluit is gepubliceerd op internetconsultatie.nl. Reageren kan tot 9 maart 2026.

Wat regelt het Besluit IKV?

Het Besluit IKV bevat regels voor het juiste gebruik van IKV’s. Het idee is dat werkgevers vaker dan nu een nieuwe IKV gebruiken. Daardoor kunnen:

  • uitkeringen beter worden vastgesteld;
  • premies beter worden gecontroleerd;
  • de kwaliteit van gegevens verbeteren;
  • en wordt de loonaangifteketen versterkt.

Hoofdregel: per rechtsbetrekking een aparte IKV

Het besluit sluit zoveel mogelijk aan bij het arbeidsrecht. De hoofdregel is daarom: voor elke rechtsbetrekking – dus elke arbeidsverhouding en elke uitkeringsverhouding – moet een aparte IKV worden gebruikt in de aangifte loonheffingen.

Zijn er meerdere rechtsbetrekkingen naast elkaar? Dan moet je die apart aangeven.

Ook direct opvolgende rechtsbetrekkingen moesten volgens het oorspronkelijke besluit ieder een eigen IKV krijgen. In de praktijk bleek de impact hiervan groter dan gedacht. Daarom is de invoering van het Besluit IKV al meerdere keren uitgesteld.

Vereenvoudiging bij opvolgende dienstbetrekkingen

Behalve de complexiteit rond werkgeversbetalingen blijkt ook bij opvolgende rechtsbetrekkingen met dezelfde werkgever vereenvoudiging nodig. De gewenste aanpassing: dienstbetrekkingen die elkaar direct opvolgen, moeten in dezelfde IKV worden aangegeven.

Wat verandert er precies?

Het wijzigingsbesluit past de regels aan voor:

  • privaatrechtelijke en publiekrechtelijke dienstbetrekkingen (samen: dienstbetrekkingen);
  • fictieve dienstbetrekkingen.

Dienstbetrekkingen

Als dienstbetrekkingen bij dezelfde werkgever zonder onderbreking op elkaar volgen, moeten ze – in afwijking van de hoofdregel – in dezelfde IKV worden opgegeven.

Fictieve dienstbetrekkingen

Hier blijft de huidige praktijk gelden: alleen bij een overgang naar een echte dienstbetrekking is een nieuwe IKV nodig.

Deze aanpak zorgt ervoor dat werkgevers minder vaak een nieuwe IKV hoeven te openen. Daarmee wordt de impact van het Besluit IKV kleiner.

Let op: meerdere gelijktijdige dienstbetrekkingen moeten nog steeds in aparte IKV’s worden aangegeven.

Voor wie is dit belangrijk?

Voor:

  • werkgevers;
  • UWV;
  • Belastingdienst;
  • ontwikkelaars van salarissoftware;
  • salarisprofessionals.

Wanneer blijf je dezelfde IKV gebruiken?

In onderstaande situaties schreef het oude Besluit IKV twee IKV’s voor. Door deze wijziging gebruik je voortaan één IKV, zolang de dienstbetrekkingen elkaar zonder onderbreking opvolgen:

  • een tijdelijk contract wordt gevolgd door een vast contract;
  • een vast contract eindigt en wordt gevolgd door een nieuw vast contract;
  • een tijdelijk contract wordt gevolgd door een nieuw tijdelijk contract;
  • een vast contract eindigt en wordt gevolgd door een tijdelijk contract;
  • een tijdelijk contract dat opgezegd had moeten worden, loopt door omdat niet op tijd is opgezegd;
  • een tijdelijk contract wordt door de ketenbepaling omgezet in een vast contract;
  • een dienstbetrekking wordt ‘opengebroken’, waarbij de einddatum wordt aangepast vóór het einde;
  • een fictieve dienstbetrekking wordt gevolgd door een fictieve dienstbetrekking;
  • een BBL-overeenkomst wordt gevolgd door een dienstbetrekking.

Het gebruik van één IKV wordt hiermee de verplichte werkwijze.

Wanneer moet je wél een nieuwe IKV gebruiken?

In elk geval in de volgende situaties:

  • de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw verandert van werkgeversheffing naar werknemersbijdrage of andersom;
  • er is een overgang van onderneming of van een publiekrechtelijke organisatie, waarbij de werknemer in dienst komt bij de overnemende werkgever;
  • het recht op arbeidskorting verandert (bijvoorbeeld van wel naar niet, of andersom);
  • het loonheffingennummer wijzigt;
  • een fictieve dienstbetrekking wordt gevolgd door een echte dienstbetrekking of andersom.

Ook blijft gelden dat gelijktijdige dienstbetrekkingen apart moeten worden aangegeven, bijvoorbeeld als iemand tijdelijk extra uren werkt via een aparte arbeidsovereenkomst.

Minder regeldruk

Als het Besluit IKV ongewijzigd was ingevoerd, zouden de regeldrukkosten eenmalig stijgen met 5,5 miljard en structureel met 13 miljoen.

Door dit wijzigingsbesluit dalen die kosten sterk. Na invoering bedragen ze:

  • eenmalig: 8,6 miljoen;
  • structureel: 0,7 miljoen.

Het Besluit IKV is al gepubliceerd (Stb. 2021, 198), maar nog niet in werking getreden. Dit wijzigingsbesluit past het besluit aan en treedt in werking op de dag na publicatie in het Staatsblad.

Disclaimer:

Hoewel aan de inhoud van deze berichtgeving uiterste zorgvuldigheid is betracht, kan Salarisjobs niet aansprakelijk worden gesteld voor het gebruik hiervan.

Bron: Salaris Vanmorgen

l>