Zachte landing handhaving schijnzelfstandigheid deels verlengd in 2026

Belastingen
Share Icon facebook Icon linkedin Icon whatsapp

Nieuws

De zachte landing voor de handhaving op arbeidsrelaties wordt toch deels verlengd. De Belastingdienst legt geen verzuimboetes op in 2026, maar wel vergrijpboetes.

De staatssecretaris van Financiën geeft aan hoe het kabinet uitvoering geeft aan de aangenomen moties inzake de handhaving op schijnzelfstandigheid tijdens het tweeminutendebat Zzp.

Moties om zachte landing te verlengen

In het tweeminutendebat Zzp van 18 december 2025 verschillende moties aangenomen gericht op de verlenging van de zachte landing voor de handhaving op arbeidsrelaties. De Tweede Kamer deelt in deze moties de zorgen over mogelijke gevolgen op de arbeidsmarkt en voor individuele zzp’ers. Deze zorgen neemt het kabinet serieus. Het kabinet wil graag zo goed mogelijk gehoor geven aan de wens van de Tweede Kamer, maar tegelijkertijd is niet alles mogelijk.

Geen verzuimboetes, wel vergrijpboetes

Het kabinet voert deze moties zo veel mogelijk uit, maar vindt het onwenselijk om de zachte landing in 2026 volledig te verlengen. De zachte landing wordt in 2026 wel deels verlengd door ook in 2026 geen verzuimboetes op te leggen en te starten met een bedrijfsbezoek. Pas vanaf 1 januari 2027 vervallen ook deze elementen van de zachte landing.

Dit betekent dat de Belastingdienst, ten opzichte van 2025, vanaf 2026 wel vergrijpboetes kan opleggen. Het kabinet vindt dit belangrijk, omdat deze boetes worden opgelegd bij opzet of grove schuld. Opzet of grove schuld onbestraft laten is zeer onwenselijk voor de belastingmoraal, aldus de staatssecretaris.

Waarom niet volledig verlengen?

Het volledig verlengen van de zachte landing betekent dat de beoogde en afgesproken verbetering op de handhaving van schijnzelfstandigheid niet wordt gerealiseerd. Het kabinet wil dat burgers en bedrijven regels naleven. Daarom is per 1 januari 2025 het handhavingsmoratorium opgeheven. Dit is gedaan met een zachte landing.

Het kabinet vindt een volledige verlenging van de zachte landing, ook voor slechts een deel van 2026, geen goed signaal richting partijen die zich wel aan wet- en regelgeving houden. Na bijna 10 jaar stilstand op het dossier is het belangrijk het ‘momentum’ in de markt vast te houden en samen de maatschappelijke beweging in gang te houden.

Daarnaast is het van belang dat de mijlpaal uit het Herstel- en Veerkrachtplan die ziet op het afschaffen van het handhavingsmoratorium behaald blijft en dus sprake moet zijn van effectieve handhaving, met als belangrijk element de mogelijkheid tot het opleggen van naheffingen voor de periode vanaf 1 januari 2025. Het kabinet blijft in contact met de Europese Commissie over de gedeeltelijke verlenging van de zachte landing over 2026.

Gevolgen voor de handhaving

Concreet betekent dit dat de Belastingdienst in 2026 de mogelijkheid van naheffingen voor de periode tot 1 januari 2025 blijft houden, maar geen verzuimboetes oplegt. Daarmee is er minder administratieve pijn. Daarnaast blijft de Belastingdienst ook in 2026 starten met een bedrijfsbezoek.

Dit betekent dat in 2026 de volgende zaken wijzigen tegenover 2025:

  • De Belastingdienst kan weer vergrijpboetes opleggen.
  • Als de Belastingdienst een boekenonderzoek doet, kan de fiscus kiezen voor een onderzoek over een kalenderjaar of een recent aangiftetijdvak.

Het kabinet kiest er met deze maatregelen voor om de Tweede Kamer zoveel mogelijk tegemoet te komen. Daarmee is volledig uitvoering gegeven aan motie Ergin (DENK) en de motie Martens-America (VVD) en Vermeer (BBB). De motie Ergin c.s. (DENK) voert het kabinet hiermee gedeeltelijk uit.

Handhavingsplan 2026

Het handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 is op 11 december 2025 gepubliceerd. Met het uitvoeren van de voorgenoemde moties wordt het handhavingsplan worden aangepast. Het aangepaste handhavingsplan arbeidsrelaties wordt gepubliceerd op belastingdienst.nl.

Bron: 20 december 2025 door Salaris Vanmorgen

 

Disclaimer:

Hoewel aan de inhoud van deze berichtgeving uiterste zorgvuldigheid is betracht, kan Salarisjobs niet aansprakelijk worden gesteld voor het gebruik hiervan.